Skip to main content

De CZO-opleidingscommissie bepaalt de landelijke eisen waaraan de opleiding moet voldoen, om door het CZO erkend te worden. Onder bijlage(n) vindt u alle opleidingseisen die gesteld worden door het CZO van de opleiding tot medisch technicus.
Tezamen met de kwantitatieve en kwalitatieve criteria, vastgelegd in het Reglement Erkenning Opleidingen CZO, beoordeelt de opleidingscommissie of uw instelling in aanmerking komt voor een erkenning van de opleiding tot medisch technicus. 

Deze opleiding is per 13 februari 2020 open voor erkenningsaanvragen.

Voor deze opleiding is het Reglement B6: erkenningsaanvragen en diplomering nieuwe opleidingen van toepassing.

Instroomeisen:
Instroomeisen:

De minimale instroomeisen zijn:

  • technische mbo-opleiding niveau 4 elektrotechniek/elektronica of technische informatica
    of
  • diploma mbo-opleiding MTA

Indien niet voldaan wordt aan de instroomeisen kan - als er sprake is van een vergelijkbaar niveau - een ontheffing van de vooropleidingseis worden aangevraagd bij de werkgever.

Toelichting specifieke bepalingen

De ontheffing van de vooropleidingseis wordt vastgesteld door de werkgever in samenspraak met de theorieaanbieder op basis van de eerder verworven competenties (EVC’s) en het opleidingsniveau.
Werkgever: beoordeling van geschiktheid op basis van diploma’s en inwerktraject.
Theorie aanbieder: beoordeling van de vooropleiding(en).
 
Eerder verworven competenties en vrijstellingen
 
Generiek:
Voor elke student geldt dat vrijstellingen worden vastgesteld door de werkgever in samenspraak met de theorie aanbieder op basis van de eerder verworven competenties (EVC’s) en opleidingen.
 
Specifiek:
Voor studenten met een diploma MTA geldt dat er een verkort traject van de opleiding mogelijk is door vrijstellingen te verlenen voor:

  • het theoretisch deel van de opleiding medisch technicus A;
  • vrijstelling van praktijkuren op basis van positief beoordeelde stages MTA op niveau ‘DOET’ . het aantal vrijgestelde praktijkuren wordt vastgesteld door de zorginstelling (werkgever) in samenspraak met de theorieopleider.

Vrijstellingen dienen voor aanvang van de opleiding vastgesteld te zijn en aan de studentenadministratie van het CZO doorgegeven te worden. Zie https://www.czo.nl//zorgorganisaties/instructies-digitaal-aanvragen-erkenningen/werkwijze-melding-vrijstelling
 

Praktijkuren:
4245

Theorieuren:
381

Minimale aanstelling:
32.00