Skip to main content
Terug

Studenten

Het CZO maakt onderscheid tussen initiële en vervolgopleidingen. Initiële opleidingen zijn gericht op het systematisch verwerven van relevante basiskennis en vaardigheden in een functiegebied.

Vervolgopleidingen zijn vooral gericht op functie-specifieke deskundigheid en vaardigheid verwerven. Zoals de naam al aangeeft is een vervolgopleiding alleen mogelijk nadat de initiële opleiding is afgerond.

Zodra de student de ideale CZO-erkende opleiding heeft gevonden, registreert hij of zij zich zelf bij het CZO. Studenten die de opleiding hebben voltooid, ontvangen een diploma dat in heel Nederland wordt geaccepteerd. Tevens wordt de student opgenomen in het landelijke diplomaregister.

Na registratie controleren de zorgorganisatie (als werkgever) en het opleidingsinstituut (als theorieaanbieder) de registratie alvorens de registratie door het CZO wordt geaccordeerd.

Het zogenaamde civiel effect houdt in dat de waarde van een leerroute/opleiding (lees: certificaat/diploma) door alle stakeholders wordt herkend en erkend. Het CZO monitort het civiel effect door:

• Inhoud van de leerroute/opleiding landelijk vast te leggen.
• Toezicht op de kwaliteit van de leerroute/opleiding te houden.
• (Centrale) registratie, en uitgifte van certificaten/diploma’s.
• Inzicht in de landelijke in- en uitstroomgegevens van zorgopleidingen ten behoeve van de continuïteit van opleiden.

Civiel effect bevordert de mobiliteit en aantrekkelijkheid van de arbeidsmarkt:

• Professionals kunnen met een CZO-diploma/ CZO-certificaat in een soortgelijke functie bij een andere zorgorganisatie aan de slag.
• Het bevordert kwaliteitsontwikkeling. De eisen van het CZO voldoen aan/sluiten aan bij de richtlijnen van wetenschappelijke verenigingen.
• Schaal voordelen door het wiel niet opnieuw zelf te hoeven uitvinden.

De criteria voor het civiel effect op EPA- en opleidingsniveau wordt op dit moment uitgewerkt in het Kaderbesluit CZO. Deze wordt dit najaar gepubliceerd.