Over CZO

Geschiedenis

Het College Zorg Opleidingen (CZO) is in 2003 ontstaan vanuit de Nederlandse Vereniging Ziekenhuizen (NVZ)  en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU).  In 2009 is het CZO verzelfstandigd.
 

Nieuwsbrief volgen

Hoe werkt het CZO?

Het College Zorg Opleidingen (CZO) houdt toezicht op de kwaliteit van zorgopleidingen. Globaal gesproken, zijn er vier hoofdprocessen:

1. Toelating van opleidingen tot het CZO

 

In de aanloop naar een erkende CZO-opleiding zijn twee vragen belangrijk:

  1. Voor welke opleidingen moet een landelijke en centrale erkenning van het CZO komen?
  2. Wat zijn de eisen die aan een erkenning door het CZO moeten worden gesteld?

Opleidingscommissie in oprichting

Het CZO stelt eerst een “opleidingscommissie in oprichting” samen. De opleidingscommissie bestaat uit leden namens:

  • werkgevers
  • opleiders
  • vertegenwoordigers van de beroepsgroep

De opleidingscommissie stelt het deskundigheidsgebied en de eindtermen op. Ook formuleert de commissie kritische randvoorwaarden. Wat is er nodig voor erkenning? Als dit alles gereed is, volgt het tweede proces.

Lees ook: profielen commissieleden

2. Erkenning

 

Bij erkenning staat de volgende vraag centraal: welke zorginstellingen en opleidingsinstituten voldoen aan de eisen voor een erkenning van het CZO? Voor het aanvragen van een CZO-erkenning zijn een aantal voorwaarden verbonden. Daarnaast is het sinds 2018 alleen nog maar digitaal mogelijk om een erkenning aan te vragen voor een bepaalde opleiding. Hiervoor dient u als zorginstelling geregistreerd te staan bij het CZO (Mijn CZO). Als u al een erkenning heeft van het CZO, neem dan eerst contact op met uw interne afdeling opleidingen, om na te vragen wie er als contactpersoon bij het CZO geregistreerd staat.

Opleidingseisen

Om in aanmerking te komen voor een erkenning, dient de opleiding te voldoen aan de door het CZO gestelde eisen. De eisen zijn vastgelegd in het Reglement Erkenning Opleidingen CZO en de opleidingseisen van de opleiding.

Aanvullende eisen

Voor de opleidingen tot radiodiagnostisch en radiotherapeutisch laborant gelden tevens de eisen die zijn opgenomen in de specifieke opleidingsreglementen. Deze kunt u, evenals het deskundigheidsgebied en eindtermen en specifieke bepalingen, vinden bij de specifieke opleiding.

Erkenning aanvragen

Bent u als zorginstelling nog niet bekend bij het CZO en wilt u een erkenning aanvragen? Dan registreert u zich (verplicht) als instelling bij het CZO. Let op: de directie / Raad van Bestuur van uw zorginstelling moet de registratie accorderen. Is de aanvraag afgerond? Dan kan de directie / Raad van Bestuur een 'Contactpersoon Erkenningen en Audits' (CEA) aanmaken in het systeem. De CEA is hiermee als verantwoordelijke aangewezen voor de invulling van de erkenningsaanvragen en als contactpersoon voor de audits binnen uw instelling. Slechts één persoon binnen uw instelling kan de rol van Contactpersoon Erkenningen en Audits vervullen.

Auditpanel

Het auditpanel bestaat uit inhoudsdeskundigen in de CZO-opleidingscommissies. Tijdens de audit beoordelen zij de opleidingen inhoudelijk. Het auditpanel adviseert de directeur-bestuurder. Hierna volgt het het formele besluit over de status van de CZO-erkenning. Opleidingsinstituten erkennen, hoe werkt het? Een opleidingsinstituut toont aan dat het voldoet aan de opleidingseisen om studenten in de theorie te kunnen opleiden. Een opleidingscommissie beoordeelt de opleiding inhoudelijk en neemt daarbij de erkenningsaanvraag als uitgangspunt.
 

3. Inschrijving / administratie van studenten en diploma-afgifte

 

Zijn de zorginstelling en/of het opleidingsinstituut erkend? Dan schrijven de studenten zich bij de start van de opleiding digitaal in bij het CZO. De zorginstelling en de theorieaanbieder bevestigen digitaal de inschrijving. Na succesvol afronden van de opleiding volgt een diploma-aanvraag bij het CZO. Na akkoord van de zorginstelling en de theorieaanbieder ontvangt de student een CZO-erkend diploma. Het CZO-diploma is rechtsgeldig wanneer deze getekend is door:

  • de secretaris van de betreffende opleidingscommissie
  • de theorieaanbieder (directie)
  • de zorginstelling (directie)
  • de student
 

4. Verstrekken van gegevens van instromers en gediplomeerden per zorginstelling

De zorginstelling krijgt een Beschikbaarheidbijdrage van de Nederlandse Zorgautoriteit. De Beschikbaarheidbijdrage komt voort uit de subsidie-uitkering van het Fonds Ziekenhuis Opleidingen (FZO). Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelde dit fonds in 2010 in. De financiering geldt voor opleidingen die het Ministerie aanwijst. Niet alle CZO-opleidingen komen in aanmerking voor de Beschikbaarheidbijdrage.