Skip to main content
Terug

Radiotherapeutisch laborant

De CZO-opleidingscommissie radiologie ziet, middels een erkenningensystematiek, toe op de kwaliteit van praktijkleerplaatsen in instellingen waar studenten worden opgeleid voor radiotherapeutisch laborant en beoordeelt op basis van kwalitatieve en kwantitatieve criteria, vastgelegd in het Reglement Erkenning Opleidingen CZO en de opleidingseisen (deskundigheidsgebied en eindtermen) of een instelling in aanmerking komt voor erkenning.

De beschrijving van het deskundigheidsgebied van de radiotherapeutisch laborant is ontleend aan het Beroepsprofiel (juni 2001) van de Nederlandse Vereniging Medische Beeldvorming en Radiotherapie (NVMBR) en het Besluit 551 houdende de opleidingseisen en het deskundigheidsgebied van radiodiagnostisch laborant en radiotherapeutisch laborant en functiebeschrijvingen Fuwavaz en FWG (november 1997).

Vanaf 6 maart 2018 NLQF-niveau 6 ingeschaald. 
Lees meer over NLQF.

Instroomeisen:

Hieronder vindt u de specifieke eisen van deze opleiding die van toepassing zijn voor de individuele student die zich inschrijft bij het CZO voor deze opleiding. Deze kenmerken vindt u ook terug in de opleidingseisen onder de specifieke bepalingen van de opleidingseisen. 

De instroomeisen zijn:

De student heeft gedurende de opleiding een dienstverband met een ziekenhuis.

Toelating examen

Om tot het examen te worden toegelaten dienen er 84 praktijkstudiepunten en 42 theoriestudiepunten (1 studiepunt = 40 studiebelastinguren) behaald te worden. (Zie Besluit  opleidingseisen en deskundigheidsgebied radiodiagnostisch en radiotherapeutisch laborant 19 november 1997)

Praktijkuren:
3360

Theorieuren:
1680

Minimale aanstelling:
32.00