Skip to main content

De CZO-opleidingscommissie bepaalt de landelijke eisen waaraan de opleiding moet voldoen, om door het CZO erkend te worden. Onder bijlage(n) vindt u alle opleidingseisen die gesteld worden door het CZO van de opleiding tot brandwondenverpleegkundige
Tezamen met de kwantitatieve en kwalitatieve criteria, vastgelegd in het Reglement Erkenning Opleidingen CZO, beoordeelt de opleidingscommissie of uw instelling in aanmerking komt voor een erkenning van de opleiding tot brandwondenverpleegkundig.

Deze opleiding is op 1 november 2019 gepubliceerd op de website.
Voor deze opleiding is het Reglement B6: erkenningsaanvragen en diplomering nieuwe opleidingen van toepassing. 

Instroomeisen:
De instroomeisen zijn:

  • De student staat in het BIG-register als verpleegkundige geregistreerd, en
  • De student heeft gedurende de opleiding een dienstverband bij een CZO-erkende zorginstelling met een brandwondencentrum.

Eisen praktijkleersituatie
De zorginstelling garandeert dat iedere brandwondenverpleegkundige in staat wordt gesteld tenminste de onderstaande verpleegkundige zorg uit te voeren. De 3 fases van de brandwondenzorg worden door specifieke zorgvragen en evenzo elke leeftijdscategorie gekenmerkt. De mate van zelfstandigheid van de brandwondenverpleegkundige is afhankelijk van de fase van de opleiding.
 
1. In de acute fase (minimaal 50 zorgdagen)
In deze fase doet zich een groot aantal zorgvragen voor. De patiënt bevindt zich in een onstabiele situatie, waarbij dikwijls één of meer vitale functies bewaakt, ondersteund en/of overgenomen zijn.
Er kan sprake zijn van een levensbedreigende en onzekere situatie. In deze fase is de brandwondenverpleegkundige in opleiding voortdurend bezig met het signaleren van de risico’s en het voorkomen van erger (verslechteren van de situatie). In deze fase werkt de brandwonden verpleegkundige in geval van een intensive care patiënt onder supervisie van een intensive care verpleegkundige. De patiënt kan gekwalificeerd worden als intensive care, high care of medium care patiënt.

  • Brandwonden > 10% van het lichaamsoppervlak
  • Brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak bij kinderen en ouderen  
  • Derdegraads brandwonden > 5% van het lichaamsoppervlak
  • Brandwonden over functionele gebieden (gelaat, handen, genitalia, gewrichten)
  • Circulaire brandwonden aan hals, thorax en ledematen
  • Brandwonden gecombineerd met een inhalatietrauma of ander begeleidend letsel
  • Brandwonden ten gevolge van elektriciteit
  • Chemische verbrandingen
  • Brandwonden bij slachtoffers met een pre-existente ziekte
  • Twijfel aan de vermelde ongevalstoedracht.
  • Bijzondere ziektebeelden met uitgebreide huiddefecten, anders dan brandwonden 

2. In de revalidatie fase (minimaal 25 zorgdagen)
In de revalidatiefase overheerst de aandacht voor het functionele en psychosociale herstel van de zorgvrager. De patiënt kan gekwalificeerd worden als medium care of low care voor wat betreft de vitale functies. De nadruk zal daarnaast vooral liggen op de wondgenezing en alle zorgvragen die daar aan zijn verwant en de psychosociale zorg en ook de pre- en postoperatieve zorg.
 
3. In de nazorgfase (minimaal 12 zorgdagen)
In de nazorgfase is de brandwondenverpleegkundige vooral bezig met de revalidatie en resocialisatie. Er is sprake van overlap met de voorgaande fases.
 
De 3 fases zijn veelal door elkaar lopend en kunnen opnieuw worden doorlopen. De fysieke, emotionele en sociale componenten komen continue in alle fases aan bod.
De wondgenezingsfase loopt parallel aan alle 3 bovengenoemde fases. In de wondgenezingsfase staat het herstel van de huidbedekking centraal.
 
Verplichte stages:

  1. De brandwondenverpleegkundige in opleiding loopt minimaal 16 uur een oriënterende stage in een ander brandwondencentrum om een indruk te krijgen van de werkwijze van de andere centra. Het leggen van onderlinge contacten is hier een belangrijk doel.  
  2. De brandwondenverpleegkundige in opleiding loopt minimaal 16 uur mee met de verpleegkundig specialist of nazorgconsulent op het brandwondencentrum. Het doel van de stage is het vormen van een volledig beeld van het nazorgtraject.

Praktijkuren:
1305

Theorieuren:
160

Minimale aanstelling:
24.00