Vragenlijst

Erkenning Verpleegkundig Centralist Meldkamer Ambulancezorg 2019



Het CZO heeft criteria geformuleerd voor de specifieke opleiding om de kwaliteit en kwantiteit van die opleiding te garanderen. Het uitgangspunt hierin is het behalen van het deskundigheidsgebied en de eindtermen. 
Dit aanvraagformulier is onlosmakelijk verbonden met het aanvraagformulier zorginstelling van de opleidingssituatie op instellingsniveau.
 

Organisatie en vormgeving

Criterium 2.1

De instelling toetst de studenten op het behalen van de eindtermen op de niveaus van Miller.

Handreiking:
  • Geeft het toetsbeleid inzicht in: de toetsvormen, de wijze van toetsing, de eindtermen die wordt getoetst en wie er toetst?
  • Worden de eindtermen aantoonbaar behaald op het juiste niveau van Miller? Dit betreft het niveau ‘doet’, tenzij anders bepaald in de opleidingseisen? 
  • Zijn er gedurende de opleiding minimaal twee beoordelingsmomenten?   (Indien de opleiding op meerdere praktijkleerplaatsen plaatsvindt, moet op elke praktijkleerplaats, waar (een deel van de) eindtermen worden behaald, minimaal een beoordelingsmoment zijn).
  • Zijn er bij ieder beoordelingsmoment minimaal twee beoordelaars betrokken?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 1 Het toetsbeleid is beschreven en geeft o.a. inzicht in:
  •   de eindtermen die worden getoetst; 
  •   op welk niveau van Miller er wordt getoetst;
  •   welke toetsvorm wordt ingezet;
  •   door wie er wordt getoetst;
  •   wanneer er wordt getoetst.
Criterium 2.2

Het Opleidings- en Examenreglement Zorginstellingen wordt toegepast gedurende de opleiding.

Handreiking:
  • Voldoet de opleiding aan de specifieke bepalingen die het CZO stelt aan de opleiding?
  • Worden de studenten ingeschreven bij het CZO? 
  • Wordt het vrijstellingen- en/of EVC beleid toegepast? 
  • Zijn studenten bekend met de procedure bij bezwaar en beroep over toetsing en/of beoordeling?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 2 Het Opleidings- en Examenreglement Zorginstellingen (OER) wordt toegepast op de individuele student.

Samenwerking en integratie

Criterium 2.3

De inhoud van de praktijk en de theorie zijn/ worden op elkaar afgestemd.

Handreiking:
  • Oefent de zorginstelling invloed uit op het theoretisch curriculum?
  • Zijn er overlegmomenten tussen de zorginstelling en het opleidingsinstituut?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 3 Beschreven is hoe integratie plaatsvindt tussen praktijk en theorie. 
Vraag 4 Beschreven is: welke opleidingsspecifieke overlegvormen er zijn tussen de zorginstelling en het opleidingsinstituut, en hoe de uitkomsten worden geïmplementeerd.

Kwaliteitsborging

Criterium 2.4

Er wordt beschreven hoe de kwaliteit van de opleiding op de praktijkleerplaats wordt geborgd.

Handreiking:
  • Wordt de student structureel door de zorginstelling in staat gesteld om te leren en is vastgesteld hoeveel tijd aan leren wordt besteed tijdens de praktijkleerperiode(s)? 
  • Wordt de kwaliteit van de opleiding gemonitord middels een kwaliteitscyclus/ kwaliteitssysteem?
  • Vindt op de praktijkleerplaats evaluatie plaats van het praktijkdeel van de opleiding door middel van feedback van de verschillende stakeholders (o.a. studenten, begeleiders, vakdocenten en het opleidingsinstituut)?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 5 Beschreven is hoe de kwaliteit van de opleiding op de praktijkleerplaats wordt geborgd.
Vraag 6 Beschreven is hoeveel tijd en op welke wijze de student in staat wordt gesteld om te leren op de betreffende praktijkleerplaats(en).
Criterium 2.5

Er wordt beschreven hoe de kwaliteit van de praktijk- en werkbegeleiders wordt gemonitord en geborgd.

Handreiking:
  • Zijn de praktijk- en werkbegeleiders didactisch bekwaam?
  • Wordt de werkbegeleiding verzorgd door gelijkwaardig opgeleide zorgprofessionals? 
  • Is de begeleiding van de student geborgd door minimaal een vaste werk- en praktijkbegeleider?
  • Kan de student altijd een beroep doen op een werkbegeleider die gelijkwaardig is opgeleid?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 7 Beschreven is hoe de kwaliteit van de werk- en praktijkbegeleiding wordt gemonitord en geborgd. 
NB: Indien de opleiding op meerdere afdelingen c.q. praktijkleerplaatsen plaatsvindt, dient de begeleiding per praktijkleerplaats te worden verantwoord.
Vraag 8 De student wordt tijdens de opleiding begeleid door een hiervoor gecertificeerde werkbegeleider.
Vraag 9 De student is volledig overgepland tot het moment van het behalen van het tussenassessment van de opleiding tot Verpleegkundig Centralist Meldkamer Ambulancezorg (VCMKA). Tot het behalen van het CZO diploma VCMKA werkt een centralist i.o. altijd met een centralist die een landelijk erkende opleiding heeft gevolgd.

Leerplaatsprofiel en ketenzorg

Criterium 2.6

De student wordt aantoonbaar opgeleid in de keten van het betreffende vakgebied c.q. specialisme. Met als doel het beheersen van het deskundigheidsgebied en het behalen van de eindtermen. 

Handreiking:
  • Is er een beschrijving gegeven van de praktijkleerroute die doorlopen wordt tijdens de opleiding? 
  • Is er beschreven welke eindtermen op welke praktijkleerplaats behaald worden?
  • Is in de beschreven praktijkleerroute zichtbaar dat de student tijdens zijn opleiding de keten/zorgpad van één of meerdere patiëntencategorieën volgt?
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 10 Beschreven is welk deel van de opleiding de student op welke praktijkleerplaats doorbrengt door in ieder geval:
  •   een beschrijving van de eindtermen die per praktijkleerplaats behaald kunnen worden;
  •   de duur van de opleiding per praktijkleerplaats.
Vraag 11 De student maakt gebruik van een individueel opleidingsplan (bijv. een portfolio).

Eisen praktijkleersituatie

Criterium 2.7

De zorginstelling voldoet aan de specifieke eisen die gesteld zijn aan de voorzieningen op de praktijkleerplaats(en).

Handreiking:
  • Komen studenten voldoende in aanraking met de juiste patiëntencategorieën c.q. ziektebeelden om het deskundigheidsgebied te beheersen en de eindtermen op niveau ‘doet’ te behalen? 
  • Zijn er externe stages noodzakelijk om het deskundigheidsgebied te beheersen en de eindtermen op niveau ‘doet’ te behalen?
  • Doorlopen de studenten de verplichte stages die door het CZO zijn gesteld? 
Nummer van de vraag Omschrijving
Vraag 12 Airway:
De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 20 patiënten trieert waarbij een vorm van luchtwegmanagement wordt toegepast en/ of telefonische instructie vereist is. Bij tenminste 10 patiënten is instructie voor het creëren van een vrije ademweg vereist. 
Vraag 13 Breathing:
De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 20 patiënten trieert waarbij de ademhaling bedreigd is.
Vraag 14 Circulation
De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 40 patiënten trieert waarbij de circulatie bedreigd is ten gevolge van shock.
Vraag 15 Circulation
De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 40 patiënten trieert waarbij de circulatie bedreigd is als gevolg van tachy- en bradycardie.
Vraag 16 Circulation
De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 40 patiënten trieert waarbij de circulatie bedreigd is bij verdenking ischemie myocard, pijn op de borst.
Vraag 17
Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
 
  • De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
  • Complexe ritaannames (112-meldingen), min. 50.
Vraag 18
Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
  • De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
  • Complexe rituitgiftes (A1 en A2 urgenties), min. 50. 
Vraag 19
Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
 
  • De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
  • Complexe indicatiestellingen (uit 112 meldingen), min. 50.
Vraag 20
Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
  • De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
  • Niet-complexe ritaannames (B-vervoer), min. 50.
Vraag 21 De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 10 patiënten trieert met een psychiatrische problematiek waarvan minimaal 5 patiënten met een acute psychiatrische problematiek.
Vraag 22 De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 15 geriatrische patiënten trieert.
Vraag 23 De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 5 acuut zieke kinderen trieert.
Vraag 24 De RAV garandeert dat iedere verpleegkundig centralist in opleiding tenminste 2 verloskundige meldingen trieert.
Vraag 25 Setting en Keten:
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding ervaring opdoet in de keten van zorg door een stage van 8 uur op een GMK meldkamer. (Totaal 8 uur voor Brandweer, Politie en Servicecentrum.)
Vraag 26 Setting en Keten:
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding ervaring opdoet in de keten van zorg door een facultatieve stage van 8 uur op een SEH of bij de HAP. 
Vraag 27 Setting en Keten:
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding ervaring opdoet in de keten van zorg door een stage van 8 uur bij een CZO-erkende RAV op de Ambulance.
Vraag 28 Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
Complexe ritaannames (112-meldingen), min. 50.
Vraag 29 Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
Complexe rituitgiftes (A1 en A2 urgenties), min. 50. 
Vraag 30 Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
Complexe indicatiestellingen (uit 112 meldingen), min. 50.
Vraag 31 Soort urgentie (op basis van indicatie meldkamer)
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding de volgende contactfrequentie meldingen/uitgiftes, logistieke taken en coördinerende taken uitvoert.
Niet-complexe ritaannames (B-vervoer), min. 50.
Vraag 32 Grootschalig incident
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding in een oefensituatie laat zien dat de taken en verantwoordelijkheden passend bij de functie tijdens GGB worden beheerst.
Vraag 33 Logistieke taken
De RAV garandeert dat de verpleegkundig centralist in opleiding, op basis van adresgegevens en urgentie mede, de meest geschikte aanrijroute bepaalt conform de afspraken en regels die in het inzetvoorstel zijn opgenomen.