Reglement D2: Appèl

D2.1. Tegen de beslissing op het protest, als bedoeld in artikel D1, kan de aanvrager schriftelijk appèl aantekenen bij een daarvoor ingestelde Geschillencommissie (Postbus 9696, 3506 GR Utrecht), binnen een termijn van zes weken na dagtekening van de beslissing op het protest.

D2.2. De appèlbrief bevat tenminste:
  • de naam en vestigingsplaats van de aanvrager;
  • de datum;
  • een omschrijving van de beslissing waartegen het appèl is gericht;
  • de gronden van het appèl;
  • een handtekening door of namens de directie/ Raad van Bestuur.

D2.3. Indien de appèlbrief niet tijdig wordt ingediend of niet voldoet aan de eisen uit lid 2 van dit artikel, kan de geschillencommissie de appèlbrief niet-ontvankelijk verklaren.

D2.4. De geschillencommissie wordt samengesteld en benoemd door de directeur-bestuurder wanneer er sprake is van een geschil dat tot appèl leidt. Hierbij wordt rekening gehouden met de inhoud en afkomst van het betreffende geschil.

D2.5. De geschillencommissie is als volgt samengesteld:

  • een lid uit de kring van de brancheorganisatie(s) waarin de opleiding wordt gegeven;
  • een lid uit de kring van een onafhankelijk brancheorganisatie;
  • een inhoudelijke deskundige.

D2.6. De leden van de geschillencommissie mogen niet bij de besluitvorming betreffende het geschil van het CZO betrokken zijn.

D2.7. De leden van de geschillencommissie wijzen uit hun midden een voorzitter en secretaris aan. D2.8. Door de brancheorganisaties wordt ambtelijke ondersteuning geboden.

D2.9. Hetzij een van de leden, hetzij de ambtelijk secretaris is jurist.

D2.10. De leden van de geschillencommissie en de aan de geschillencommissie verbonden ambtelijk secretaris zijn tot geheimhouding verplicht ten aanzien van alle gegevens waarvan zij kennis hebben genomen bij de behandeling van het geschil, tenzij deze gegevens reeds openbaar zijn.

D2.11. Binnen twee weken na ontvangst van de appèlbrief door de geschillencommissie wordt de ontvangst schriftelijk bevestigd.

D2.12. Een kopie van de appèlbrief wordt aan het CZO gestuurd, die binnen twee weken daarop een schriftelijke reactie kan geven aan de geschillencommissie. Een kopie van deze reactie wordt vervolgens aan de appellant gezonden.

D2.13. Indien een lid van de geschillencommissie op onverenigbare wijze is betrokken bij de gevraagde erkenning, zal hij/zij niet deelnemen aan de behandeling van het betreffende appèl. De brancheorganisaties zullen dan gezamenlijk een tijdelijke vervanger benoemen.

D2.14. Partijen hebben het recht zich bij de behandeling van een geschil door derden te laten bijstaan of vertegenwoordigen, op eigen rekening.

D2.15. De behandeling vindt plaats op basis van hoor en wederhoor. Het horen vindt plaats in elkaars aanwezigheid. De geschillencommissie stelt plaats, dag en uur vast en stelt de partijen daarvan op de hoogte.

D2.16. Van de hoorzitting wordt een verslag gemaakt. Het verslag gaat naar beide partijen, die in de gelegenheid worden gesteld daarop binnen twee weken schriftelijk bij de geschillencommissie te reageren. De geschillencommissie kan de termijn van twee weken bekorten of verlengen.

D2.17. De geschillencommissie kan voor het vormen van een oordeel informatie inwinnen, stukken raadplegen, deskundigen inschakelen en personen oproepen om te worden gehoord.

D2.18. De geschillencommissie heeft tot taak appèlbrieven inhoudelijk te behandelen.

D2.19. De geschillencommissie zal over elke appèlbrief een concreet advies uitbrengen aan het CZO om de erkenning wel of niet te verlenen, dan wel voort te laten duren.

D2.20. Het bindend advies bevat, naast de beslissing in elk geval:

  • de namen van de leden van de geschillencommissie;
  • de namen en vestigingsplaatsen van partijen;
  • de dagtekening van het bindend advies;
  • de motivering van de gegeven beslissing.

D2.21. Het CZO is verplicht het advies van de geschillencommissie over te nemen.

D2.22. De besluitvorming door de geschillencommissie geschiedt bij meerderheid van stemmen.

D2.23. Het advies van de geschillencommissie wordt schriftelijk meegedeeld aan de instelling die de appèlbrief heeft ingediend.

D2.24. De directeur-bestuurder brengt de instelling die het appèlbrief heeft ingediend, binnen twee weken na ontvangst van het advies van de geschillencommissie op de hoogte van haar beslissing in appèl.