Reglement C1: Tussentijdse wijzigingen in de praktijk- en/of theoriecomponent van de erkende opleiding

C1.1. De erkende instellingen zijn verplicht om belangrijke tussentijdse wijzigingen direct en uit eigen beweging aan het CZO te melden.

C1.2. Onder een belangrijke wijziging wordt verstaan een verandering die leidt tot een wijziging in de theorie – en/of praktijkopleiding dat tot gevolg heeft dat het deskundigheidsgebied en eindtermen mogelijk niet worden behaald of niet wordt voldaan aan de specifieke bepalingen van de opleiding. Belangrijke tussentijdse wijzigingen zijn in ieder geval:

a. Curriculumwijziging;
b. Aanzienlijke wijziging van de leermogelijkheden op de leerplaats;
c. Wijziging van de leerroute. Onder een wijziging van de leerroute wordt in ieder geval verstaan: Een verandering van de leerroute doordat er een andere afdeling als basisleerplaats of stageleerplaats wordt aangewezen of toegevoegd.
d. Toevoegen van extra praktijkleerplaats(en) aan de erkende leerroute(s);
e. Besluiten van de Inspectie van de Gezondheidszorg die van invloed zijn op de praktijkleersituatie;
f. Overige externe en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leersituatie.

C1.3. De instelling meldt de wijziging schriftelijk bij de secretaris van de betreffende opleidingscommissie.

C1.4. Afhankelijk van de aard van de wijzigingen besluit de secretaris danwel de opleidingscommissie of de wijziging leidt tot een inhoudelijke beoordeling van de nieuwe opleidingssituatie en bepaalt op welke wijze de erkende instelling dient aan te tonen dat de wijziging niet tot gevolg heeft dat niet wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel B2 van dit reglement.

C1.5. Wijziging leerroute en/of leerplaatsen
Indien de wijziging een aanpassing en/of aanvulling van de leerplaats(en) en leerroute betreft (C1.2.b-d), dient de zorginstelling het volledige aanvraagformulier erkenning 2019 in te dienen.  

C1.6 Beleidswijziging (kwantitatieve) eisen praktijkleersituatie door verandering zorgpraktijk in verband met COVID-19

Aanleiding
Vanwege de coronacrisis is het voor studenten van een aantal opleidingen niet mogelijk om het volledige reguliere opleidingstraject te vervolgen.
De voornaamste redenen die de instellingen en opleiders aangegeven zijn:
  1. Externe en interne stages kunnen geen doorgang vinden.
  2. Verplichte stages in de ketenzorg kunnen niet worden behaald.
  3. Studenten worden tijdelijk geplaatst op andere afdelingen dan de praktijkleerplaats.
Het is van belang dat de opleidingen kunnen worden voortgezet. De CZO-opleidingseisen blijven hierbij het uitgangspunt. Het CZO-diploma staat voor een landelijk niveau aan opleidingseisen en die blijft het CZO hanteren. Wel heeft het CZO gekeken of er tijdelijk op een andere wijze tot de beheersing van het deskundigheidsgebied en het behalen van de eindtermen kan worden gekomen. De uitgangspunten die van toepassing zijn voor de beleidswijziging: 
  • Het beleid geldt voor alle opleidingen, ongeacht de formulering van de huidige opleidingseisen (met name de specifieke bepalingen). Het veld bepaalt zelf waar aanpassing van de opleiding noodzakelijk is;
  • Het beleid duurt van 16 maart 2020 tot een nader te bepalen datum. Deze periode is afhankelijk van de duur van de crisis en hierbij wordt rekening gehouden  met een herstelperiode.
 Aanpassingen praktijkleerroute
  • De zorginstellingen en opleidingsinstituten zijn zelf verantwoordelijk voor de borging van de voorwaarden om aan de CZO-opleidingseisen te voldoen in de aangepaste opleidingssituatie. Aanpassingen en toetsing zijn aantoonbaar c.q. zichtbaar in het portfolio.
  • Als studenten tijdelijk zijn geplaatst op een andere afdeling, is het van belang dat er op deze afdeling nog steeds sprake is van een leertraject en dat de leerdoelen van de specifieke opleiding worden behaald;
  • Externe stages waarvoor geldt dat de te behalen leerdoelen door de gewijzigde zorg nu binnen de eigen zorginstelling kunnen worden behaald, hoeven niet extern te worden doorlopen. Ook hier is het van belang dat er sprake is van een leertraject en dat de leerdoelen van de specifieke opleiding worden behaald;
  • Voor stages waarvoor geldt dat aan de eisen van de praktijkleersituatie voldaan moet worden (zoals genoemd onder de specifieke bepalingen van de CZO-opleidingseisen), geldt nu dat wanneer de leerdoelen op dit moment behaald kunnen worden binnen de eigen zorginstelling, het volgen van die stages in de ketenzorg niet meer nodig is.
  • Oriënterende stages[1] , mogen komen te vervallen en worden vervangen door een vervangende opdracht. De toetsing van de opdracht moet aantoonbaar zijn in het portfolio van de student.
  • Op andere manieren dan in de directe omgeving van de verplichte patiëntencategorieën/ behandelingen (zoals in de opleidingseisen staan beschreven) wordt de leerroute naar het “doet –niveau” versneld. Door middel van skills-, scenario- en/of simulatietraining kunnen vaardigheden sneller worden aangeleerd. Dit is echter geen vervanging van het behalen van de leerdoelen op “doet-niveau” in de context zoals beschreven in het deskundigheidsgebied van de specifieke opleiding.  
  • Studenten die de opleiding niet binnen de verwachte termijn kunnen afronden, komen zonder consequenties in aanmerking voor een verlenging van de opleiding. Dus ook wanneer er vanuit het CZO een maximale duur van verlenging van toepassing is, zal hier flexibel mee om worden gegaan.  
Uitgangspunten handhaving / toetsing
Het CZO toetst de gewijzigde opleidingstrajecten achteraf middels de portfoliotoetsing in de  audits. Deze tijdelijke wijziging in de wijze waarop de opleidingseisen worden behaald, wordt dus steekproefsgewijs en achteraf getoetst door het als aandachtspunt mee te nemen in de audits. Dit geldt zowel voor de audits die op korte termijn zullen plaatsvinden als de audits die op de langere termijn worden gepland volgens de (herziene) auditsystematiek. De uitkomsten van de steekproef worden meegenomen in de beoordeling van de (her)erkenning en niet op studentniveau. 
Daarnaast heeft het CZO de mogelijkheid om op basis van signalen uit het veld, de erkenningsaanvragen of studentenregistratie een steekproef te doen door middel van:
  • Portfoliotoetsing;
  • Opvragen van een verantwoordingsdocument;
  • Gesprek met de verantwoordelijke binnen de instelling;
  • Een tussentijdse audit.
Kwantitatieve eisen worden omgezet in kwalitatieve eisen
Voor een aantal CZO-opleidingen zijn de kwantitatieve eisen al vervangen door kwalitatieve eisen. In de aanloop naar CZO Flex Level, het inrichten van het onderwijs op basis van de EPA’s, zal voor alle opleidingen gelden dat de doelen op een andere manier behaald worden. Hier zal het CZO  versneld mee starten.
Het CZO inventariseert voor welke opleidingen dit van toepassing is en werkt dit uit in een plan van aanpak. Hierbij wordt onderzocht op welke wijze  een aanpassing versneld kan plaatsvinden door de  kwantitatieve eisen van de praktijkleersituatie om te zetten in kwalitatieve eisen overeenkomstig de opleidingen waarbij dit al heeft plaatsgevonden (acute cluster en OK-cluster). Belangrijke factoren hierbij zijn de beschikbaarheid van de opleidingscommissieleden en de EPA’s die ontwikkeld zijn door CZO Flex Level zodat we deze alvast kunnen meenemen in de herziening.
Tot dit gerealiseerd is, is gedurende de coronasituatie bovenstaand beleid van toepassing.
 
[1] Een oriënterende stage is een kortdurende stage die niet wordt afgesloten met een beoordeling en er worden tijdens de stage geen eindtermen (tot op niveau ‘doet’ van Miller) behaald.
Indien tijdens de stage wel eindtermen behaald en getoetst worden, wordt dit aangemerkt als een stageleerplaats.