Reglement B9: Controle praktijkleerplaats in studentenregistratie

B.9.1. Reikwijdte

1. Deze procedure is van kracht per 1 april 2017 en gewijzigd per 1 januari 2019.
2. Deze procedure is van toepassing voor de opleidingen waar er sprake kan zijn van meerdere (basis)leerplaatsen binnen de zorginstelling en is derhalve ingeregeld voor de CZO-opleidingen:

1. Geriatrieverpleegkundige.
2. Mediumcareverpleegkundige.
3. Neuroverpleegkundige.
4. Oncologieverpleegkundige.


B.9.2. Controle

1. Bij de registratie van de kandidaat die in opleiding gaat, dient door de student te worden geregistreerd welke afdeling de basisleerplaats van de student is. De zorginstelling dient deze registratie zorgvuldig te controleren. 
2. Het CZO controleert - als onderdeel van de accordering van de registratie - of de opgegeven basisleerplaats erkend is. De controle vindt plaats door de basisleerplaats, die de student heeft opgegeven bij de inschrijving, te controleren met de basisleerplaatsen die zijn erkend op 
basis van de behandelde erkenningsaanvraag en audit (indien deze al heeft plaatsgevonden) en (mogelijke) aanvullingen die op een later moment zijn ingediend en beoordeeld.
3. Indien blijkt dat een student niet op een erkende basisleerplaats wordt opgeleid, wordt de inschrijving afgewezen. De student ontvangt een melding met de reden van afwijzing. 
 

B.9.3. Consequenties

De consequentie voor de instelling en de student wanneer de student wordt opgeleid op een niet- erkende praktijkleerplaats is afhankelijk van de situatie die van toepassing is. De mogelijke situaties en bijbehorende consequenties zijn schematisch weergegeven.

  Situatie Consequenties instelling Consequenties student
1.

 

 

 

 


 
De student wordt opgeleid op een afgewezen basisleerplaats. De instelling heeft gedurende de opleidingsperiode de gelegenheid om de nieuwe praktijkleersituatie ter beoordeling voor te leggen aan de opleidingscommissie als aanvulling op de huidige erkenning. Voordat de student diplomeert moet de praktijkleersituatie erkend zijn. De student kan zich vooralsnog niet inschrijven bij het CZO.
Indien de aangepaste praktijkleersituatie:
  • voorafgaand aan de voltooiing van de opleiding door de student,
  • positief is beoordeeld door de opleidingscommissie, en
  • erkend is door de directeur-bestuurder,
kan de student zich alsnog inschrijven en een CZO-diploma aanvragen.
2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De student wordt opgeleid op een niet-erkende basisleerplaats of een praktijkleerplaats die wel erkend is als stageleerplaats maar niet als basisleerplaats. A. de instelling kan de student een leerroute aanbieden die wel erkend is. Deze leerroute dient CZO-erkend te zijn.
B. Wanneer de optie A niet mogelijk is, heeft de instelling gedurende de opleidingsperiode de gelegenheid om de nieuwe praktijkleersituatie ter beoordeling voor te leggen aan de opleidingscommissie als aanvulling op de huidige erkenning. Voordat de student diplomeert moet de praktijkleersituatie erkend zijn.
De student kan zich vooralsnog niet inschrijven bij het CZO. Indien de aangepaste praktijkleersituatie:
  • voorafgaand aan de voltooiing van de opleiding door de student,
  • positief is beoordeeld door de opleidingscommissie, en
  • erkend is door de directeur-bestuurder,
kan de student zich alsnog inschrijven en een CZO-diploma aanvragen.