Reglement B5: Aanvraag samenwerkingsverbanden zorginstellingen

B5.1. Inleiding

Deze procedure gaat uit van samenwerking tussen zorginstellingen op het gebied van opleiden met twee mogelijke varianten:
  • Twee of meerdere zorginstellingen: Zorginstellingen in regionale samenwerkingsverbanden bieden ieder één of meerdere praktijkleerplaatsen aan. Gezamenlijk bieden zij één leerroute aan de studenten van al deze zorginstellingen. Zorginstellingen die zelfstandig niet in aanmerking komen voor een (her)erkenning kunnen zo wel opleiden conform de CZO-eisen van het CZO.
  • Uitwisselingprogramma’s: zorginstellingen wisselen hun studenten onderling uit.

B5.2. Uitgangspunten:
  • Onder een samenwerkingsverband in deze procedure wordt niet bedoeld een samenwerking met een andere zorginstelling in de vorm van een externe stage;
  • De opleiding wordt in zijn totaliteit aangeboden door twee of meerdere zorginstellingen;
  • De theoriecomponent voor de betreffende opleiding wordt aangeboden door één opleidingsinstituut;
  • Er ligt een samenwerkingsovereenkomst ten grondslag aan de inrichting van de desbetreffende opleiding;
  • Er is een aantoonbare gezamenlijke opleidingsinspanning en opleidingsverantwoordelijkheid tussen de zorginstellingen binnen het samenwerkingsverband;
  • Indien één van de zorginstellingen meer dan 60% van de totale (praktijk)opleiding verzorgt, dan geldt het reguliere model van (her)erkenningen zoals vastgelegd in het Reglement erkenningen CZO 2015;
  • Het samenwerkingsverband wordt erkend;
  • De erkenning wordt ingetrokken zodra de samenwerking wordt opgeheven.
B5.3. Procedure

B5.3.1.
Behandeling CZO erkenningsaanvraag
  • Het proces van indienen, beoordelen en afhandelen van de erkenningaanvraag is overeenkomstig het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2015.
  • In aanvulling op artikel C3 Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2015 geldt dat de erkenning van het samenwerkingsverband in ieder geval wordt ingetrokken als één van de zorginstellingen niet meer participeert in het samenwerkingsverband.
B5.3.2. Werkwijze indiening en behandeling erkenningsaanvraag

Indien er voor één of meerdere van deze opleidingen een samenwerkingsverband met een andere instelling bestaat, geldt de volgende werkwijze:

a. De zorginstelling en de samenwerkende zorginstelling(en) dienen zelfstandig een erkenningsaanvraag in overeenkomstig de CZO-eisen;
b. Iedere zorginstelling draagt zorg voor het verantwoorden van het onderdeel van de praktijkopleiding dat in de betreffende instelling plaatsvindt;
c. Gezamenlijk verklaren de zorginstellingen de samenhang tussen de onderdelen van de praktijkopleiding overeenkomstig B4.2.4.;
d. De audit vindt conform afspraak plaats bij de zorginstelling die is uitgenodigd;
e. De audit van de samenwerkende instelling(en) vindt plaats conform de reguliere planning audits van het CZO.
f. indien er geen audit gepland is, kan de opleidingscommissie besluiten tot een OC-audit.

B5.3.3. Beoordeling
  • De erkenningsaanvragen worden gezamenlijk beoordeeld conform het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2015.
  • De onderdelen van de praktijkopleiding die de betrokken zorginstellingen verzorgen, worden afzonderlijk inzichtelijk gemaakt door:
    • a) de vragen in het aanvraagformulier erkenning voor elke praktijkleerplaats in te vullen;
    • b) de duur van de opleiding per praktijkleerplaats van de betreffende instelling te beschrijven in het aanvraagformulier.
  • Gezamenlijk verklaren de zorginstellingen:
    • c) de mogelijke leerroutes;
    • d) de samenhang tussen de onderdelen van de praktijkopleiding;
    • e) de meerwaarde van de specifieke zorginstellingen / praktijkleerplaatsen voor deze opleiding binnen het samenwerkingsverband.
  • Op grond van voorgaande behandelt de opleidingscommissie de onderdelen zowel gezamenlijk als afzonderlijk door te beoordelen of de totale leerroute(s) voldoende diversiteit, complexiteit en volume bied(t/en) voor de studenten om het deskundigheidsgebied te beheersen en de eindtermen te behalen.
  • Het tweede onderdeel van de beoordeling, de audit, vindt bij de afzonderlijke zorginstelling(en) plaats conform de reguliere planning.
  • Op basis van de erkenningsaanvragen van de samenwerkende instellingen en de audit bij de zorginstelling, indien die hiervoor is uitgenodigd, wordt een besluit genomen voor het gehele opleidingstraject.
B5.3.4. Besluit erkenning
  • Bij een positief besluit zal de erkenning worden afgegeven voor het samenwerkingsverband tussen de zorginstellingen. Hiermee wordt beoogd dat de afzonderlijke zorginstellingen door het CZO worden erkend als praktijkopleider voor één of meerdere onderdelen van de opleiding.
  • Indien de erkenningsprocedure voor één van de zorginstellingen leidt tot een negatief besluit ofwel intrekking c.q. afwijzing van de deelerkenning, betekent dit automatisch dat de deelerkenning(en) voor de samenwerkende zorginstelling(en) ook word(t/en) ingetrokken c.q. afgewezen.
B5.3.5. Diploma-afgifte
  • Het CZO-diploma wordt afgegeven op naam van de zorginstelling waarvan de betreffende kandidaat werknemer is.
  • Op het CZO-diploma wordt het samenwerkingsverband vermeld.
  • Indien een samenwerkingsverband beëindigd is, wordt aan studenten, die met een opleiding gestart zijn op het moment dat het samenwerkingsverband nog van kracht was de mogelijkheid geboden de opleiding af te ronden met een CZO-diploma, mits de student de eindkwalificaties van de opleiding heeft behaald.
  • CZO doet ten behoeve van de beschikbaarheidsbijdrage melding bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van de afgestudeerden conform de rechtspersoon die op het CZO-diploma geregistreerd staat als opleidende zorginstelling.
B5.3.6. Slotbepaling

Deze procedure kan worden gewijzigd door de directeur-bestuurder.