Reglement B4: Aanvraag opleidingsinstituut

B4.1. De opleidingsinstituten worden met ingang van 2015 op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2015 voor elke onder het CZO ressorterende opleiding separaat erkend.

Indiening

B4.2a. Een aanvrager, die in het bezit is van een partiële CZO erkenning voor één of meerdere CZO opleidingen, afgegeven in combinatie met de zorginstellingen op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2008, dient, op uitnodiging van het CZO, voor één of meerdere clusters van opleidingen digitaal de erkenningsaanvragen per opleiding in via de website van het CZO.

B4.2b. Een aanvrager, die niet in het bezit is van een partiële CZO erkenning voor één of meerdere CZO opleidingen, afgegeven in combinatie met de zorginstellingen op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2008, dient op eigen initiatief digitaal één of meerdere erkenningsaanvragen in via de website van het CZO of gelijktijdig met de indiening van de overige opleidingen uit het betreffende cluster.

B4.2c. Er zijn geen kosten verbonden aan de indiening van een erkenningsaanvraag voor de opleidingsinstituten mits de betreffende theoriecomponent door de leden van de NVZ, NFU en AZN wordt afgenomen.

B4.3. De aanvrager staat in voor de volledigheid en de juistheid van de aangeleverde gegevens en documenten, ook indien deze afkomstig zijn van derden.

B4.4. Indiening is alleen mogelijk wanneer alle vragen worden beantwoord en waar nodig de antwoorden worden ondersteund met de juiste documentatie.

B4.6. Het erkenningsproces bestaat uit drie onderdelen:

  • Het digitale aanvraagformulier,
  • De bureau- c.q. commissiebeoordeling van het digitale aanvraagformulier,
  • Beoordeling en verslaglegging.

B4.7. Het CZO stuurt 26 weken voor de (her)toetsing van de erkenning een mail naar de aanvrager met daarin minimaal:

  • De uiterlijke datum van indiening van het aanvraagformulier van de erkenning.
  • De wijze waarop het digitale aanvraagformulier voor erkenning dient te worden ingevuld.

B4.8. Opleidingsinstituten die beschikken over een partiële erkenning voor één of meerdere opleidingen worden in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2022 uitgenodigd door het CZO om (her)erkenningsaanvragen van opleidingen in te dienen van een cluster. Het CZO heeft de zorgopleidingen ingedeeld in vijf clustersOpleidingenclusters CZO:

1. Acuut: ambulancechauffeur, ambulanceverpleegkundige, cc verpleegkundige, ic verpleegkundige, mc verpleegkundige, recoveryverpleegkundige, seh verpleegkundige, verpleegkundige meldkamer centralist.

2. OK: anesthesiemedewerker, operatieassistent, klinisch perfusionist, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist.

3. Langdurige zorg: dialyseverpleegkundige, geriatrieverpleegkundige, kinderoncologieverpleegkundige, neuroverpleegkundige, oncologieverpleegkundige.

4. Moeder en kind: ick verpleegkundige, icn verpleegkundige, kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige extramurale zorg, obstetrieverpleegkundige.

5. Paramedisch: deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant.


Mogelijk ontvangen instellingen dus een uitnodiging die afwijkt van de gebruikelijke vijf-jaars-periode. 

B4.9. Opleidingsinstituten die niet beschikken over een erkenning hebben te allen tijde voorrang in de behandeling van de erkenningsaanvraag op opleidingsinstituten die reeds erkend zijn voor de betreffende opleiding.

B4.10. Indien het aanvraagformulier niet binnen de vastgestelde termijn wordt overlegd, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen en is de aanvraagprocedure beëindigd. Hierover wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gesteld.

B4.11. Indien de aanvraagprocedure wordt beëindigd wordt het dossier gesloten. Sluiting van het dossier leidt tevens tot intrekking van de partiële erkenning. De instelling mag een half jaar nadat het besluit is genomen opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).

B4.12. De theoriecomponent wordt getoetst aan de hand van de criteria zoals vastgelegd in het aanvraagformulier en de toelichting hierop in de handleiding. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke criteria die voor alle opleidingen gelden en specifieke criteria die per opleidingscommissie zijn vastgesteld. De weging van de specifieke criteria kan per opleiding afwijkend zijn.

B4.13. De generieke criteria die voor alle opleidingen gelden hoeven slechts eenmalig te worden ingediend.

B4.14. Indien er twijfel bestaat over de (inhoudelijke) juistheid van de aangeleverde gegevens of indien de (her)erkenningenhistorie van de opleiding van het opleidingsinstituut hiervoor aanleiding geeft, zal de besluitvorming worden opgeschort en zal de opleidingscommissie nadere informatie opvragen bij de contactpersoon van de (her)erkenningsaanvraag. Indien dit van toepassing is, informeert de secretaris van de opleidingscommissie de contactpersoon van de erkenningsaanvraag.

B4.15. Het CZO behoudt zich het recht om aanvullende onderliggende documentatie op te vragen, danwel op andere wijze te controleren of aan de gestelde criteria is voldaan.

B4.16. Indien door de wetgever vastgestelde wettelijke bepalingen en criteria vereist zijn in aanvulling op de betreffende deskundigheidsgebieden en eindtermen, dient de (her)erkenningsaanvraag aan zowel aanvullende wettelijke criteria als dit reglement te worden getoetst.

B4.17. Het CZO volgt de normeringen van medisch wetenschappelijke verenigingen, de Inspectie van de Gezondheidszorg en andere gerelateerde instellingen en behoudt zich het recht de CZO-eisen, regelingen en procedures tussentijds aan te passen indien de ontwikkelingen zich hiervoor lenen.

B4.18a. De opleidingscommissie van het CZO beoordeelt de aanvraag en brengt advies uit aan de directeur-bestuurder.

B4.18b. De opleidingscommissie heeft het recht aanvullende informatie en documentatie op te vragen ten behoeve van de beoordeling van de opleiding.

B4.18c. Indien de opleidingscommissie een kalenderjaar na indiening van de erkenningsaanvraag nog niet tot een volledige beoordeling heeft kunnen komen doordat de informatie in de erkenningsaanvraag onvolledig en/of onduidelijk is, wordt het dossier gesloten en indien van toepassing de (partiële) erkenning ingetrokken. Het opleidingsinstituut mag een half jaar nadat het dossier is gesloten opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).

B4.19. De directeur-bestuurder stuurt uiterlijk twee weken na het advies de uitkomst schriftelijk naar de aanvrager.

B4.20. In de definitieve beoordeling is tenminste opgenomen onder welke voorwaarden de betreffende opleiding is erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn:

  • De opleiding wordt erkend tot het volgende moment van herbeoordeling, ofwel
  • de opleiding wordt erkend met één of meerdere vrijblijvende adviezen het volgende moment van herbeoordeling, ofwel
  • de opleiding wordt erkend met één of meerdere bindende voorwaarden waarover moet worden gerapporteerd binnen een periode van een half of één jaar, ofwel
  • de opleiding wordt erkend met één of meerdere bindende voorwaarden tot het volgende moment van herbeoordeling, ofwel
  • de (her)erkenning wordt met ingang van het besluit ingetrokken of afgewezen. 

Bindende voorwaarden

B4.21. Het aantal en de inhoud van de verbeterpunten bepalen de voorwaarden waarop een erkenning wordt verleend respectievelijk verlengd evenals de termijn van herbeoordeling. De instelling blijft erkend tot het moment dat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden.

B4.22. Indien de herbeoordeling niet in de gestelde periode plaats kan vinden door toedoen van het CZO, blijft de partiële erkenning van kracht tot de beoordeling heeft plaatsgevonden.

B4.23. Indien de herbeoordeling niet in de gestelde periode plaats kan vinden door toedoen van de instelling, kan dit consequenties voor de geldigheid van de (her)erkenning hebben. De directeur-bestuurder beoordeelt de reden van de instelling en bepaalt over het al dan niet intrekken van de (her)erkenning. Hiervoor kan hij advies inwinnen bij de opleidingscommissie.

B4.24. De aanvrager komt in aanmerking voor een (her)erkenning indien het ‘Aanvraagformulier erkenning’ volledig en juist is ingevuld en is aangetoond dat is voldaan aan de gestelde CZO-eisen van de desbetreffende opleiding welke zijn vastgelegd in het Deskundigheidsgebied en Eindtermen van de opleiding en specifieke bepalingen (al dan niet opgenomen in specifieke opleidingsregelingen).

B4.25. Alle (her)erkenningen worden verleend door de directeur-bestuurder. De medewerkers van het bureau en de opleidingscommissie kunnen niet uit eigen naam beslissingen nemen over (her)erkenningsaanvragen.

B4.26. Een erkenning wordt afgegeven op de juridische entiteit van de instelling. B4.27. De instelling ontvangt een schriftelijk bewijs van de (doorlopende) (her)erkenning van de betreffende opleiding.

B4.28. Het besluit tot (her)erkenning wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de directie van het opleidingsinstituut en er vindt publicatie plaats op de website van het CZO.