Reglement B4: Aanvraag opleidingsinstituut

B4.1. De opleidingsinstituten worden met ingang van 2015 op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO voor elke onder het CZO vallende opleiding zelfstandig erkend.

B4.2. De opleidingsinstituten van de branche erkende opleidingen verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT) en de opleiding tot kraamverzorgende worden met ingang van 2020 op grond van  het Reglement Erkenning Opleidingen CZO erkend. 

Indiening

B4.2a. Een aanvrager, die in het bezit is van een partiële CZO-erkenning voor één of meerdere CZO-opleidingen, afgegeven in combinatie met de zorginstellingen op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2008, dient, op uitnodiging van het CZO, voor één of meerdere clusters van opleidingen de erkenningsaanvragen per opleiding in. De actieve erkenning blijft van kracht zodra herbeoordeling heeft plaatsgevonden. 

B4.2b. Een aanvrager, die niet in het bezit is van een partiële CZO-erkenning voor één of meerdere CZO-opleidingen, afgegeven in combinatie met de zorginstellingen op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2008, dient op eigen initiatief digitaal één of meerdere erkenningsaanvragen in of gelijktijdig met de indiening van de overige opleidingen uit het betreffende cluster.

B.4.2c. Een aanvrager, die in het bezit is van een branche erkende opleiding verpleging, verzorging en thuiszorg of erkenning voor de opleiding tot kraamverzorgende dient op eigen initiatief een hererkenningsaanvraag in te dienen. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het gestelde in de overgangsregelingen.

B4.2d. Er zijn kosten verbonden aan de indiening van een erkenningsaanvraag voor de opleidingsinstituten tenzij de betreffende theoriecomponent door de leden van de NVZ, NFU en AZN wordt afgenomen. Behandeling van de (her)erkenningsaanvraag start zodra de betaling is voldaan. 

B4.3. De aanvrager staat in voor de volledigheid en de juistheid van de aangeleverde gegevens en documenten, ook indien deze afkomstig zijn van derden.

B4.4. Een (her)erkenningsaanvraag wordt digitaal ingediend via 'Mijn CZO'.

B4.5. Indiening is alleen mogelijk wanneer alle vragen worden beantwoord en waar nodig de antwoorden worden ondersteund met de juiste documentatie.

B4.6. Het erkenningsproces bestaat uit drie onderdelen:

  • Het digitale aanvraagformulier,
  • De bureau- c.q. commissiebeoordeling van het digitale aanvraagformulier,
  • Beoordeling en verslaglegging.

B4.7a. Opleidingsinstituten die vallen onder B4.2a. worden uitgenodigd door het CZO om (her)erkenningsaanvragen van opleidingen in te dienen. 

B4.7b. Het CZO stuurt 26 weken voor de (her)toetsing van de erkenning een mail naar de aanvrager, die valt onder B4.2a., met daarin minimaal:

  • De uiterlijke datum van indiening van het aanvraagformulier van de erkenning.
  • De wijze waarop het digitale aanvraagformulier voor erkenning dient te worden ingevuld.

B4.7c. Indien het aanvraagformulier niet binnen de vastgestelde termijn wordt overlegd, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen en is de aanvraagprocedure beëindigd. Hierover wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gesteld.

B4.7d. Indien de aanvraagprocedure wordt beëindigd wordt het dossier gesloten. Sluiting van het dossier leidt tevens tot intrekking van de partiële erkenning. De instelling mag een half jaar nadat het besluit is genomen opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).



B4.8. Opleidingsinstituten die niet beschikken over een erkenning hebben te allen tijde voorrang in de behandeling van de erkenningsaanvraag op opleidingsinstituten die reeds erkend zijn voor de betreffende opleiding.

Beoordeling 

B4.9. De (theoriecomponent van de) opleiding wordt getoetst aan de hand van de criteria zoals vastgelegd in het aanvraagformulier. Hierbij moet tevens aangetoond worden dat is voldaan aan de gestelde CZO-eisen van de desbetreffende opleiding welke zijn vastgelegd in de opleidingseisen. De opleidingseisen bestaan uit het deskundigheidsgebied, eindtermen en specifieke bepalingen (al dan niet opgenomen in specifieke opleidingsregelingen).

B4.10. Indien er twijfel bestaat over de (inhoudelijke) juistheid van de aangeleverde gegevens of indien de (her)erkenningenhistorie van de opleiding van het opleidingsinstituut hiervoor aanleiding geeft, zal de besluitvorming worden opgeschort en zal de opleidingscommissie nadere informatie opvragen bij de contactpersoon van de (her)erkenningsaanvraag. Indien dit van toepassing is, informeert de secretaris van de opleidingscommissie de contactpersoon van de erkenningsaanvraag.

B4.11. Het CZO behoudt zich het recht om aanvullende onderliggende documentatie op te vragen, danwel op andere wijze te controleren of aan de gestelde criteria is voldaan.

B4.12. Indien door de wetgever vastgestelde wettelijke bepalingen en criteria vereist zijn in aanvulling op de betreffende deskundigheidsgebied en eindtermen, dient de (her)erkenningsaanvraag aan zowel aanvullende wettelijke criteria als dit reglement te worden getoetst.

B4.13. Het CZO volgt de normeringen van medisch wetenschappelijke verenigingen, de Inspectie van de Gezondheidszorg en andere gerelateerde instellingen en behoudt zich het recht de CZO-eisen, regelingen en procedures tussentijds aan te passen indien de ontwikkelingen zich hiervoor lenen.

B4.14a. De opleidingscommissie van het CZO beoordeelt de aanvraag en brengt advies uit aan de directeur-bestuurder.

B4.14b. Indien de opleidingscommissie een kalenderjaar na indiening van de erkenningsaanvraag nog niet tot een volledige beoordeling heeft kunnen komen doordat de informatie in de erkenningsaanvraag onvolledig en/of onduidelijk is, wordt het dossier gesloten en indien van toepassing de (partiële) erkenning ingetrokken. Het opleidingsinstituut mag een half jaar nadat het dossier is gesloten opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).

Besluitvorming

B4.15. De besluitvorming vindt uiterlijk twee weken na het advies van de opleidingscommissie plaats door de directeur-bestuurder. 

B4.16. Alle (her)erkenningen worden verleend door de directeur-bestuurder. De medewerkers van het bureau en de opleidingscommissie kunnen niet uit eigen naam beslissingen nemen over (her)erkenningsaanvragen.

B4.17. In de definitieve beoordeling is tenminste opgenomen onder welke voorwaarden de betreffende opleiding is erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn:

  • De opleiding wordt erkend tot het volgende moment van herbeoordeling, ofwel
  • de opleiding wordt erkend met één of meerdere vrijblijvende adviezen tot het volgende moment van herbeoordeling, ofwel
  • de opleiding wordt erkend met één of meerdere bindende voorwaarden waarover moet worden gerapporteerd binnen een periode van een half of één jaar, ofwel
  • de (her)erkenning wordt met ingang van het besluit ingetrokken of afgewezen.

B4.18a. Het aantal en de inhoud van de verbeterpunten bepalen de voorwaarden waarop een erkenning wordt verleend respectievelijk verlengd evenals de termijn van herbeoordeling. De instelling blijft erkend tot het moment dat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden.

B4.18b. Indien de herbeoordeling niet in de gestelde periode plaats kan vinden door toedoen van de instelling, kan dit consequenties voor de geldigheid van de actieve (her)erkenning hebben. De directeur-bestuurder beoordeelt de reden van de instelling en bepaalt over het al dan niet intrekken van de actieve (her)erkenning. Hiervoor kan hij advies inwinnen bij de opleidingscommissie.

B4.19. Een erkenning wordt afgegeven op de juridische entiteit van de instelling.

B4.20. De instelling ontvangt een schriftelijk bewijs van de (doorlopende) (her)erkenning van de betreffende opleiding.

B4.21. Het besluit tot (her)erkenning wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de directie van het opleidingsinstituut en er vindt publicatie plaats op de website van het CZO.