Reglement B2c: Auditprocedure ambulancediensten

Op deze pagina leest u over de auditprocedure. Zie ook de auditplanning ambulancediensten (PDF).

Inhoudsopgave auditprocedure ambulancediensten

  1. inleiding en reikwijdte
  2. doel audit
  3. voorbereiding
  4. uitvoering bezoek
  5. beoordeling
  6. afronding
  7. besluit

Inleiding en reikwijdte

Deze procedure is van toepassing op de audits die plaatsvinden bij de ambulancediensten. Het  gaat  om ambulancediensten die praktijkleerplaatsen aanbieden waar het praktijkcomponent van de opleidingen tot  de ambulancechauffeur en/of de ambulanceverpleegkundige (korte en midden lange tranche) en/of de verpleegkundig centralist meldkamer, gevolgd worden.

De erkenningssystematiek is gebaseerd op het principe van high trust, high penalty en bestaat uit een inzichtelijke schriftelijke aanvraagprocedure in combinatie met een systeem van audits.

Voorafgaand aan de audit dient de instelling het Aanvraagformulier Erkenning middels het digitale systeem van het CZO. Het aanvraagformulier bestaat uit een aanvraag-webformulier dat vragen over kritische voorwaarden voor de opleiding bevat. Hierin worden drie categorieën onderscheiden:

  • Instelling en leerklimaat
  • Contact met de doelgroep en voldoende leersituaties t.a.v. doelgroep en/of handelingen
  • Integrale zorg, zorg in de keten of in het netwerk

Per categorie zijn per opleiding minimale voorwaarden geformuleerd.

De aanvragende instelling dient aan alle minimale voorwaarden te voldoen. Op basis van het toevoegen van noodzakelijke eigen documenten wordt de aanvraag beoordeeld. Hier is dus sprake van het high trust principe.

Aanvullend aan dit systeem wordt de instelling  bezocht door een auditpanel van het CZO.

Terug naar top

Doel audit

Het CZO heeft op basis van de audit inzicht in en kan beoordelen hoe de student tijdens de betreffende opleiding de eindtermen op de betreffende afdeling(en) op ‘doet’ niveau behaalt, hoe dit wordt beoordeeld en door wie, hoe het leerklimaat en het leerproces van de student op de betreffende afdeling(en) vorm krijgt en hoe de kwaliteitsborging hiervan tot stand komt. Daarnaast heeft de audit tot doel om continue kwaliteitsverbetering, inspiratie en bewustwording te bewerkstelligen.

Terug naar top

Voorbereiding

Opleidingen waarvoor niet wordt opgeleid

  • Indien uit de CZO-registratie blijkt dat er voor de opleiding minimaal anderhalf jaar niet is opgeleid vanaf de datum waarop de audit plaatsvindt, zal het CZO de instelling vragen naar de planning voor de opleiding in de toekomstige twee jaar. Indien de instelling niet zal opleiden, wordt de erkenning ingetrokken. Indien de instelling wel zal opleiden, wordt de audit, in overleg met de instelling uitgesteld, totdat er studenten in opleiding zijn.   

Werkwijze voorbereiding

  1. Tenminste 26 weken voorafgaand aan de, door het CZO geplande, audit, ontvangt de directie/ het bestuur van de instelling een aankondiging van het CZO.
  2. De directie van de ambulancedienst geeft 24 weken voor de audit aan het CZO de contactpersoon door.
  3. Tenminste 22 weken voorafgaand aan de audit stuurt het CZO de, door de directie  aangewezen, contactpersoon erkenningen en audits (CEA) van de instelling een uitnodiging tot indiening van de erkenningsaanvraag van de te beoordelen opleidingen.
  4. Het CZO organiseert één voorlichtingsbijeenkomst voor alle regionale ambulancediensten voordat de eerste ambulancedienst uitgenodigd wordt om de erkenningsaanvraag in te dienen. In uitzonderlijke gevallen kan een individueel voorbereidingsgesprek bij het CZO aangevraagd worden. Het doel van de bijeenkomst en/of het voorbereidingsgesprek is bespreking van de wijze van indiening van de erkenningsaanvragen, de beoordelingsprocedure, de inhoudelijke beoordeling en het auditprogramma.
  5. De erkenningsaanvragen moeten uiterlijk 18 weken voor de audit bij het CZO binnen zijn.
  6. De ambtelijk secretaris van het auditpanel bepaalt voorafgaand aan de audit welke (opleiding)functionarissen vanuit de instelling gesprekspartners van het auditpanel zijn.
  7. De ambtelijk secretaris van het auditpanel bepaalt voorafgaand aan de audit op basis van de CZO studentenregistratie welke studenten en recent afgestudeerden de gesprekpartners van het auditpanel zijn.
  8. De ambtelijk secretaris van het auditpanel bepaalt op basis van de CZO-studentenregistratie welke portfolio’s het auditpanel in wil zien.
  9. De instelling wordt uiterlijk 14 weken van tevoren op de hoogte gebracht van de bovenstaande bepalingen. De beoordeling van de erkenningsaanvragen kan leiden tot een wijziging en/of aanvulling van de gegevens in bovenstaande bepalingen. Indien dit van toepassing is, wordt de contactpersoon van de instelling uiterlijk vier weken voorafgaand aan de audit geïnformeerd door de ambtelijk secretaris van het auditpanel.

Terug naar top

Uitvoering bezoek

De audit is in eerste instantie gebaseerd op het principe van waarheidsvinding van de informatie uit het Aanvraagformulier Erkenning. Daarnaast is de audit gebaseerd op het principe een bijdrage te leveren aan de kwaliteit en de verbetering van de opleidingssituatie. Mocht echter tijdens het bezoek blijken dat de instelling niet voldoet aan de gestelde minimale voorwaarden, kan dit leiden tot intrekking van de erkenning. Hier komt dus het high penalty principe tot uiting.

  1. De audit vindt in principe plaats op de hoofdvestiging van de instelling tenzij de erkenningsaanvragen en/of de historie aanleiding geven om de audit op een nevenvestiging plaats te laten vinden.  
  2. Het auditpanel bestaat uit een ambtelijk secretaristen behoeve van procesbegeleiding en verslaglegging en twee auditors.
  3. Bij de samenstelling van het auditpanel wordt, ten behoeve van de waarborg van de onafhankelijkheid, zoveel mogelijk gestreefd naar een samenstelling van auditoren die werkzaam zijn in andere regio’s dan de vestigingsplaats van de instelling.
  4. Het auditpanel is gebonden aan een geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens die gepresenteerd worden tijdens de audit.
  5. Het auditpanel dat de instelling bezoekt, toetst of de garanties die de instelling heeft gegeven in het aanvraagformulier worden waargemaakt in de praktijkleersituatie.
  6. De audit vindt plaats op de datum zoals voorgesteld in de uitnodiging tot (her)erkenning, die de instelling uiterlijk 22 weken voorafgaand aan de audit van het CZO heeft ontvangen.
  7. De audit neemt één dagdeel in beslag.
  8. Het standaard dagprogramma van de audit ziet er als volgt uit:
    • 10.00 - 10.30: start programma: inleiding en dialoog over leren (visie)
    • 10.30 - 11.30: gesprek met studenten en portfoliotoetsing
    • 11.30 - 12.00: gesprek met werkbegeleiders
    • 12.00 - 12.30: pauze
    • 12.30 – 13.00 gesprek met hoofd leerplaats, P&O functionaris en hoofd opleidingen
    • 13.00 - 13.30: het auditpanel formuleert een eerste en voorlopig oordeel
    • 13.30 – 14.00: terugkoppeling bevindingen van het auditpanel en afsluiting
  1. Het standaardprogramma is richtinggevend; hiervan mag worden afgeweken door het auditpanel.
  2. Het doel van het auditpanel is tweeledig. Ten eerste waarheidsvinding door te achterhalen of de gegeven garanties door de instelling overeenkomen met de werkelijke praktijksituatie en ten tweede adviseren over mogelijke verbeteringen.
  3. Het auditpanel maakt tijdens de gesprekken gebruik van een checklist. Deze lijst is richtinggevend voor het gesprek.
  4. Het auditpanel toetst tijdens de audit steekproefsgewijs de gegevens van de opleiding door beoordeling van documentatie en interviews met de betrokkenen en beoordeelt op grond van deze gegevens of de instelling daadwerkelijk voldoet aan de CZO eisen.
  5. Het auditpanel gaat uit van een gerechtvaardigd vertrouwen.
  6. De bevindingen van het auditpanel in de praktijksituatie worden beoordeeld als de werkelijkheid c.q. waarheid.
  7. Als onderzoekcriteria gelden de geformuleerde voorwaarden in het Aanvraagformulier Erkenning en de Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2015. Zowel het bureau CZO als de opleidingscommissie(s) kunnen het auditpanel (extra) aandachtspunten aanreiken ten behoeve van de (her)beoordeling middels de audit.
  8. Aansluitend aan de audit bespreekt het auditpanel de bevindingen met de betrokkenen uit de instelling. De bedoeling hiervan is dat de aanvrager een idee heeft hoe, weliswaar onder voorbehoud, het oordeel van het auditpanel globaal zal luiden. Hiervoor is een formulier ontwikkeld, uitsluitend bestemd voor gebruik binnen het auditpanel. Dit formulier wordt niet aan de betrokkenen uit de instelling overhandigd.

Terug naar top

Beoordeling

  1. De beoordeling richt zich in eerste instantie op waarheidsvinding. De waarheidsvinding heeft betrekking op de gegeven antwoorden en garanties die zijn verantwoord in de erkenningsaanvraag.
  2. Het auditpanel beoordeelt of de gegeven garanties overeenkomen met de werkelijke praktijksituatie aan de hand van:
    • Portfolio-onderzoek van studenten en recent afgestudeerden;
    • Persoonlijke gesprekken met studenten, recent afgestudeerden, opleiders, werkbegeleiders, praktijkopleiders en (operationeel) management.
  3. Het auditpanel toetst de onderzoek criteria  en maakt hiervoor gebruik van de “Checklist  Audit’ (Bijlage onder F).

Terug naar top

Afronding

  1. Op basis van ‘de checklist audit’ ’ geeft het auditpanel  inzicht in de bevindingen. De bevindingen worden aan het einde van de audit met de gesprekspartners van de instelling besproken.
  2. Het auditpanel zal binnen tien weken haar advies middels het eindrapport voorleggen aan de directeur-bestuurder.

Terug naar top

Besluit

Besluitvorming

  1. De directeur-bestuurder neemt een besluit dat is gebaseerd op het rapport van het auditpanel.
  2. De directeur-bestuurder kan besluiten tot:
    1. Behoud of afgifte van de erkenning.
    2. Behoud van de erkenning met bindende voorwaarden voor aanpassing of verbetering van (een deel van) de opleiding waarbij een afwijkende termijn voor hererkenning wordt gesteld.
    3. Behoud van de erkenning met bindende voorwaarden voor aanpassing of verbetering waarbij geen afwijkende termijn voor hererkenning is gesteld.
    4. Intrekken van de erkenning.

Advisering

  1. Als onderdeel van het besluit kunnen er, afhankelijk van de beoordeling en besluitvorming, drie soorten adviezen worden afgegeven:
    1. De instelling voldoet ruim aan de CZO-eisen: De erkenning blijft behouden of wordt afgegeven. Er kan een vrijblijvend advies worden gegeven met het doel de kwaliteit van de opleiding te verbeteren of te optimaliseren.
    2. De instelling voldoet minimaal aan de CZO-eisen: Er kan een advies worden gegeven met het doel de volgende erkenningsronde hieraan te voldoen.
    3. De instelling voldoet niet aan de CZO-eisen; De erkenning blijft behouden met bindende voorwaarden. Er zullen bindende voorwaarden worden afgegeven met het doel erkend te kunnen blijven respectievelijk, bij een eerste aanvraag, te worden.
  2. Afhankelijk van de uitkomst en wijze van advies worden, indien noodzakelijk, verdere afspraken gemaakt tussen de instelling en het CZO op basis van de reglementen en procedures.
  3. Over de betreffende bindende voorwaarde(n), moet de aanvrager binnen een half jaar of binnen één jaar terug rapporteren, afhankelijk van de geschatte omvang om de voorwaarde(n) te kunnen realiseren. Indien er op het moment van het besluit sprake is een actieve erkenning voor de betreffende opleiding, wordt deze erkenning verlengd tot de beoordeling heeft plaatsgevonden.

Terug naar top

Bijlage: Checklist Audit (bijlage 1)