Reglement B2: Aanvraag zorginstelling

Inhoudsopgave

  1. Indienen (her)erkenningsaanvraag
  2. Beoordeling erkenningsaanvraag
  3. De audit
  4. Besluitvorming
  5. Afgifte (her)erkenning

Indienen (her)erkenningsaanvraag

terug naar top

B2.1.a. Zowel de zorginstelling, als aanbieder van de praktijkcomponent, als het opleidingsinstituut, als aanbieder van de theoriecomponent, dienen afzonderlijk digitaal een (her)erkenningsaanvraag in.

B2.1.b. Een zorginstelling kan een zelfstandige erkenningsaanvraag indienen mits 60% van de praktijkopleiding binnen de zorginstelling is vormgegeven. Indien minder dan 60% van de opleiding in de eigen zorginstelling plaatsvindt, is B5 van toepassing.

B2.2. Een aanvrager, die in het bezit is van een CZO (her)erkenning voor één of meerdere CZO-opleidingen, dient tijdig, op uitnodiging van het CZO, voor één of meerdere clusters van opleidingen de digitale (her)erkenningsaanvragen in bij het CZO.

B2.3. Een aanvrager, die niet in het bezit is van een CZO opleiding voor één of meerdere CZO-opleidingen, dient op eigen initiatief digitaal één of meerdere afzonderlijke erkenningsaanvragen in.

B2.4. De aanvrager staat in voor de volledigheid en de juistheid van de aangeleverde gegevens en documenten, ook indien deze afkomstig zijn van derden.

B2.5. Indiening is alleen mogelijk wanneer alle vragen worden beantwoord en de antwoorden worden ondersteund met de juiste documentatie.

B2.6. De erkenningen van de zorginstellingen die door het CZO zijn afgegeven op grond van het Reglement Erkenning Opleidingen CZO 2008 zijn doorlopend en gelden op grond van het Reglement Erkenning opleidingen CZO 2015 tot de herbeoordeling, door middel van het aanvraagformulier en de audit, heeft plaatsgevonden.

B2.7. Indien de instelling anderhalf jaar voorafgaand aan de audit niet opleidt voor één of meerdere opleidingen maar wel de intentie heeft om in de nabije toekomst op te leiden voor de betreffende opleiding(en), dient de instelling overeenkomstig de reguliere werkwijze een erkenningsaanvraag in voor de betreffende opleiding. Indien er na afgifte van de (her)erkenning twee jaar niet wordt opgeleid, wordt de erkenning ingetrokken.

B2.8. Het (her)erkenningsproces bestaat uit vier onderdelen:
  • Het aanvraagformulier;
  • De bureau- c.q. commissiebeoordeling van het aanvraagformulier;
  • Audit;
  • Beoordeling en verslaglegging.
B2.9. Het CZO stuurt uiterlijk 52 weken voorafgaand aan de geplande audit een aankondiging naar de aanvrager met daarin:
  • De geplande datum waarop de audit zal plaatsvinden;
  • de clusters en de daaronder vallende opleidingen die getoetst zullen worden;
  • verzoek een contactpersoon aan te geven;
  • het tijdvak waarop de zorginstelling de aanvraagformulieren erkenning dient te hebben ingediend;
  • beschrijving van de inhoud van de uitnodiging t.a.v. de contactpersoon instelling;
B2.10. Zodra de contactpersoon bekend is en uiterlijk 36 weken voorafgaand aan de audit, stuurt het CZO digitaal een uitnodiging naar de contactpersoon van de instelling met daarin minimaal:
  • De definitieve datum waarop de audit plaatsvindt;
  • de CZO-opleidingen die (opnieuw) getoetst zullen worden;
  • de uiterlijke datum van indiening van de aanvraagformulieren van de (her)erkenningsaanvragen;
  • de auditprocedure.
B2.11. Instellingen die beschikken over een erkenning worden in de periode van 1 januari 2015 tot en met 31 december 2022 uitgenodigd door het CZO om erkenningsaanvragen van opleidingen in te dienen van één of meerdere clusters. Mogelijk ontvangen instellingen dus een uitnodiging die afwijkt van de gebruikelijke vijfjaarsperiode.

B2.12. Instellingen die niet beschikken over een erkenning, dienen uit eigen beweging een afzonderlijke erkenningsaanvraag in. De behandeling van zo’n afzonderlijke aanvraag is gesteld in B3 van dit reglement.

B2.13. De aanvrager stuurt het digitaal ingevulde aanvraagformulier uiterlijk 26 weken voor de datum van de audit naar CZO terug.

B2.14. Indien het aanvraagformulier niet binnen de vastgestelde termijn wordt overlegd, wordt de aanvraag niet verder in behandeling genomen en is de aanvraagprocedure geëindigd. Hierover wordt de aanvrager schriftelijk op de hoogte gesteld.

B2.15. Indien er sprake is van een doorlopende erkenning zal het beëindigen van de aanvraagprocedure zoals gesteld bij B2.14 tevens leiden tot intrekking van de doorlopende erkenning overeenkomstig de datum waarop
de audit plaatsvindt. De instelling mag een half jaar na intrekking van de erkenning opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).
 

Beoordeling erkenningsaanvraag

terug naar top

B2.16a. Om in aanmerking te komen voor een (her)erkenning dient de opleiding te voldoen aan de gestelde criteria in dit reglement, het deskundigheidsgebied en eindtermen en de specifieke bepalingen (al dan niet vastgelegd in specifieke opleidingsreglementen) van de betreffende opleiding.

B2.16b. Indien een zorginstelling niet over alle faciliteiten en voorzieningen beschikt om de volledige opleiding in de eigen zorginstelling aan te bieden, mag een externe stage worden ingeregeld in een andere zorginstelling. Hierbij geldt dat minimaal 60% van het totaal aantal praktijkuren in de eigen zorginstelling moet plaatsvinden.

B2.16c. Indien door de wetgever vastgestelde wettelijke bepalingen en criteria vereist zijn in aanvulling op de betreffende deskundigheidsgebied en eindtermen, dient de (her)erkenningsaanvraag aan zowel de aanvullende wettelijke criteria als dit reglement te worden getoetst.

B2.16d. Het CZO volgt de normeringen van medisch wetenschappelijke verenigingen, de Inspectie van de Gezondheidszorg en andere gerelateerde instellingen en behoudt zich het recht de CZO-eisen, regelingen en procedures tussentijds aan te passen indien de ontwikkelingen hiervoor aanleiding geven.

Het CZO heeft de opleidingen ingedeeld in vijf clustersOpleidingenclusters CZO:
  • 1. Acuut: ambulancechauffeur, ambulanceverpleegkundige, cc verpleegkundige, ic verpleegkundige, mc verpleegkundige, recoveryverpleegkundige, seh verpleegkundige, verpleegkundige meldkamer centralist.
  • 2. OK: anesthesiemedewerker, operatieassistent, klinisch perfusionist, medewerker operatieve zorg, sedatiepraktijkspecialist.
  • 3. Langdurige zorg: dialyseverpleegkundige, geriatrieverpleegkundige, kinderoncologieverpleegkundige, neuroverpleegkundige, oncologieverpleegkundige.
  • 4. Moeder en kind: ick verpleegkundige, icn verpleegkundige, kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige extramurale zorg, obstetrieverpleegkundige.
  • 5. Paramedisch: deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant.


B2.17. De secretaris van de betreffende opleidingscommissie van het CZO beoordeelt de aanvraag op grond van de criteria in het digitale aanvraagformulier en beoordelingskader, de historie van de (her)erkenning en de criteria zoals gesteld in B2.16.

B2.18. Indien er twijfel bestaat over de (inhoudelijke) juistheid van de aangeleverde gegevens of indien de (her)erkenningenhistorie van de opleiding van de instelling hiervoor aanleiding geeft, legt de secretaris de (her)erkenningsaanvraag voor aan de opleidingscommissie. Hierdoor kan een specifiek onderzoekspunt ontstaan voor de audit of voor nadere informatievergaring.

B2.19. Het CZO behoudt zich het recht om aanvullende onderliggende documentatie op te vragen, danwel op andere wijze te controleren of aan de gestelde criteria is voldaan.
 

B2.20. Indien uit de documentatie van het aanvraagformulier en eventuele onderliggende documentatie blijkt dat de opleiding niet voldoet aan de gestelde CZO-eisen, formuleert de opleidingscommissie een advies aan de directeur-bestuurder over de voortgang van de aanvraag.

Audit

terug naar top

B.2.21. Voor de audit is een auditprocedure van toepassing. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de auditprocedure zorginstelling (B2a), de auditprocedure specialistisch centrum (B2b) en de auditprocedure ambulancediensten (B2c). 

B2.22. Afhankelijk van de grootte van de instelling en het aantal CZO-opleidingen, zal één audit per instelling plaatsvinden voor alle opleidingen of meerdere audits per instelling voor één of meerdere cluster(s).

B2.23. Het CZO toetst middels de audit of de instelling daadwerkelijk voldoet aan de CZO-eisen waarvoor het in de aanvraagformulieren van de verschillende opleidingen een garantie heeft afgegeven. Gedurende de audit worden steekproefsgewijs onderdelen van de opleiding(en) getoetst.

B2.24. vervallen

B2.25. De audit staat in het teken van de waarheidsvinding en waar mogelijk advisering ten behoeve van verbetering van de opleiding(en).

B2.26. De audit vindt plaats op de datum zoals gesteld in de uitnodiging tot (her)erkenning, of op een nader overeengekomen datum vastgesteld door de zorginstelling en het CZO gezamenlijk.

B2.27a. Dit auditpanel bestaat tenminste uit:
  • Twee inhoudsdeskundigen vanuit de CZO-opleidingscommissies indien er sprake is van
  • een reguliere audit, of
  • één inhoudsdeskundige vanuit de CZO-opleidingscommissie indien er sprake is van een audit in een specialistisch centrum of ambulancedienst,
  • Ambtelijk secretaris, en
  • Open stoel (zie B2.27c).
B2.27b. Eén van de leden van het auditpanel vervult de rol van de voorzitter.

B2.27c. De open stoel kan worden ingevuld door een auditor die een inhoudsdeskundige is. De inhoudsdeskundige hoeft niet verbonden te zijn aan een CZO-opleidingscommissie. In incidentele gevallen kan een tweede open stoel ingezet worden.

B2.28. Het auditpanel toetst tijdens de audit steekproefsgewijs de opleidinggegevens door beoordeling van documentatie en interviews met de betrokkenen en beoordeelt op grond van deze gegevens of de instelling voldoet aan de CZO-eisen waarvoor het in de aanvraagformulieren van de verschillende opleidingen een garantie heeft afgegeven.

B2.29. Het auditpanel bespreekt direct aansluitend aan de audit de bevindingen met de aanvrager.
 

B2.30. Uiterlijk tien weken na de audit stelt het auditpanel de definitieve beoordeling vast en geeft een advies aan de directeur-bestuurder; deze stuurt binnen twee weken na het advies de uitkomst schriftelijk naar de aanvrager.

Besluitvorming

terug naar top

B2.31. Het CZO kan besluiten tot:
a. Behoud van de erkenning.
b. Behoud van de erkenning met bindende voorwaarden voor aanpassing of verbetering waarbij een afwijkende termijn voor herbeoordeling van (een deel van) de opleiding kan zijn gesteld.
c. Inhoudelijke toetsing door de opleidingscommissie middels een tweede audit.
d. Intrekken van de erkenning.

B2.32. In de definitieve beoordeling is tenminste opgenomen onder welke voorwaarden de betreffende opleiding is erkend. De mogelijkheden hiervoor zijn:

a. De opleiding wordt onvoorwaardelijk erkend tot het volgende moment van herbeoordeling;
b. de opleiding wordt onvoorwaardelijk erkend met één of meerdere vrijblijvende adviezen tot het volgende moment van herbeoordeling;
c. de opleiding wordt erkend met één of meerdere bindende voorwaarden waarover moet worden gerapporteerd binnen een periode van een half jaar of een jaar;
d. de opleiding wordt erkend met één of meerdere bindende voorwaarden tot het volgende moment van herbeoordeling;
e. de (her)erkenning wordt met ingang van het besluit ingetrokken.

Bindende voorwaarden

B2.33. De audit kan aanleiding zijn tot intrekking van één of meerdere (her)erkenningen of een bindend verbeterplan voor de instelling.

B2.34. Het aantal en de inhoud van de verbeterpunten bepalen de voorwaarden waarop een (her)erkenning wordt verleend respectievelijk verlengd evenals de termijn van herbeoordeling. De instelling blijft erkend tot het moment dat de herbeoordeling heeft plaatsgevonden.

B2.35. Indien de herbeoordeling niet in de gestelde periode plaats kan vinden door toedoen van het CZO, blijft de (her)erkenning van kracht tot de beoordeling heeft plaatsgevonden.

B2.36. Indien de herbeoordeling niet in de gestelde periode plaats kan vinden door toedoen van de zorginstelling, kan dit consequenties hebben voor de geldigheid van de (her)erkenning. De directeur- bestuurder beoordeelt de reden van de instelling en bepaalt over het al dan niet intrekken van de (her)erkenning. Hiervoor kan hij advies inwinnen bij de opleidingscommissie.

Intrekking/afwijzing erkenning

B2.37a. Indien de doorlopende erkenning wordt ingetrokken, bestaat de mogelijkheid tot een maatwerktraject voor de studenten die reeds in opleiding zijn om alsnog in aanmerking te komen voor een CZO-diploma. De opleidingscommissie bepaalt, op basis van de redenen van intrekking, of een maatwerktraject mogelijk is en welk maatwerktraject door de studenten doorlopen zal moeten worden om een CZO-diploma gelegitimeerd te kunnen verstrekken. Een maatwerktraject is niet mogelijk als er sprake is van afwijzing van een eerste c.q. nieuwe erkenning.

B2.37b. De instelling mag een half jaar na intrekking van de doorlopende erkenning of afwijzing van een eerste c.q. nieuwe erkenning opnieuw een erkenningsaanvraag indienen voor de betreffende opleiding(en).

Afgifte (her)erkenning

terug naar top

B2.38. Alle (her)erkenningen worden verleend door de directeur-bestuurder. De medewerkers van het bureau, het auditpanel en de opleidingscommissie kunnen niet uit eigen naam beslissingen nemen over (her)erkenningsaanvragen.

B2.39. Een (her)erkenning wordt afgegeven op de juridische entiteit van de instelling.

B2.40. De instelling ontvangt een schriftelijk bewijs van de (doorlopende) (her)erkenning van de betreffende opleiding.

B2.41. Het besluit tot (her)erkenning wordt kenbaar gemaakt aan de directie/ raad van bestuur van de instelling en er vindt publicatie plaats op de website van het CZO.

B2.42. Een afgegeven (her)erkenning is doorlopend. Aan de verleende respectievelijk verlengde erkenning wordt een termijn gekoppeld waarop een herbeoordeling plaatsvindt. De termijn is afhankelijk van de uitkomst van de audit en kan nooit langer zijn dan de reguliere termijn van herbeoordeling.

Inhoudelijke toetsing door opleidingscommissie

B2.43. Afhankelijk van de argumenten kan de directeur-bestuurder de beoordeling van het auditpanel voorleggen aan de betreffende opleidingscommissie. De instelling wordt hiervan op de hoogte gebracht. Argumenten hiervoor zijn: onvoldoende toetsbaar of gerede twijfel of aan de CZO- eisen wordt voldaan.

B2.44. De betreffende opleidingscommissie beoordeelt, op verzoek van de directeur-bestuurder, nogmaals de opleiding op basis van het van het aanvraagformulier en de bevindingen tijdens de reguliere audit. De opleidingscommissie kan besluiten over te gaan tot een tweede audit. De instelling wordt geïnformeerd door de secretaris van de opleidingscommissie.

B2.45. De opleidingscommissie adviseert, binnen een half jaar na de besluitvorming, de directeur- bestuurder over het al dan niet verlenen respectievelijk verlengen van de erkenning. Indien na een half jaar nog niet tot een beoordeling is gekomen door toedoen van de zorginstelling wordt het dossier gesloten en de erkenning van de opleiding ingetrokken.